Het valt niet altijd mee om zo klein te zijn.
Zeker niet als je op je eerste xe9chte lange lentewandeling lekker los mag lopen en met alle viervoetervrienden die je tegenkomt mag spelen… en dan blijkt dat de viervoetervrienden die dag xe1llemxe1xe1l veel groter zijn dan jezelf!
‘t Vrouwtje en de grote baas roepen constant ‘zachtjes!’… dan voel ik me zo’n kleuter en dat ben ik toch echt niet meer. En ze houden iedere grote hond scherp in de gaten of die niet over me heen dendert. Maar ik wil zxf3 graag lekker wild spelen! Dat is zooooooo leuk. Ah toe baasje? Mag het?
Nee dus. De baasjes zeggen dat mijn kleine pootjes niet goed tegen de kracht van die grote viervoeters kunnen. Ze zijn te teer. Zeg eens… ik ben wel een stoere chihuahua, telg uit het oeroude geslacht der Chihuahua’s en afstammeling van de Wolf Himself… Ik ben sterk en snel en slim en en en… hxe8? Wat zeg je, vrouwtje?
Dat mijn pootjes veel breekbaarder zijn?
Ja maar, ik heb hele sterke botten!…
Dat je dat wel weet, maar dat die grote VVV’s (VierVoeterVrienden) dikkere botten hebben?
Ja maar, ik…
En dat ze veel zwaarder wegen?
Weet ik wel, maar ik…
Dat ik moet luisteren?
Nou goed dan…
Nou… en dan mag je eindelijk spelen… en dan gaat het tien keer goed… en dan komt er xe9xe9n zo’n drabber… en die is zxf3 lief en lekker wild om mee te spelen… en we gaan keihard achter elkaar aan… en dan loopt die drabber je gewoon onder de voet…
Tja, dan eindigt zo’n wandeling bij de dierenarts op tafel. En als ik ergens een hekel aan heb…
Het is niet ernstig, niets gebroken. Maar mijn hele duimnagel is eraf gescheurd. En ‘t vrouwtje en ik zaten xf3nder het bloed. ‘t Vrouwtje heeft me toen maar gedragen.
De dierenarts was wel lief en noemde mij dapper en totaal niet kleinzerig. Maar ondertussen wikkelde hij wel een vreselijk strak blauw ding om mijn poot. En dat vond ik niet zo leuk. Kreeg ik een koekje… ja duh! Mij hou je niet voor de gek…
Wat? Ook nog een prik in mijn nek? Brrrr… moet dat? Ja, dat is verstandig, zeggen ze. Nou, mijn hondenverstand vind daar niets verstandig aan!
Ik was de eerste uren wel erg zielig. Ik moest op drie poten lopen, dus bleef ik liever zitten. En ik voelde me moe en suf. Waarschijnlijk van de prik en de emotie, zei ‘t vrouwtje…
Toen moest ik flink drinken van ‘t vrouwtje en goed eten. En ‘s avonds hebben ze het blauwe ding eraf gehaald. Dat mocht, zeiden ze, maar ik moest er verschrikkelijk van piepen…
Daarna mocht ik bij ‘t vrouwtje in de bank slapen onder de deken. Met mijn koppie op haar arm. En toen de grote baas terug kwam van ‘t boodschappen doen, had hij een grote zak hondekoekjes voor me mee! En ‘t kleine baasje ging nxf3g meer met mij tuttelen.
Zo is ‘t allemaal weer goed.
Nu ben ik de komende tijd een hond met xe9xe9n nagel minder. Die komt weer, zegt ‘t vrouwtje, maar hij heeft even tijd nodig om te groeien. Ik zal dat dan maar geloven.
En ik loop alweer heel gewoon, hoor! ‘t Vrouwtje vind me een dapper klein ding. Ik vind mezelf ook dapper… zolang ze maar van dat zere pootje afblijven…